Sportzorgmasseur nascholing lage rug

Doelgroep

De sportzorgmasseur die:
de geïntegreerde opleiding sportzorgmasseur heeft gevolgd
– de “oude”cursus Blessurepreventie heeft gevolgd.

Doel

Het uitbreiden van de kennis en het inzicht van de sportzorgmasseur op het gebied van:

  • Anatomie en pathofysiologie
  • Klinisch redeneren
  • Klinimetrie
  • Methodisch handelen
  • Onderzoek vaardigheden
  • Behandelvaardigheden
  • Blessurepreventie
  • Nieuwe richtlijnen/protocollen.

De nascholing sluit aan bij het competentieprofiel van de Sportzorgmasseur.

Werkwijze

De bijeenkomst bestaat uit vier onderdelen:

  • Beantwoorden van 20 juist/onjuist stellingen
  • Het screenen en diagnostisch ontrafelen van de casus
  • Het onderzoeken en behandelen van de casus
  • De zelfreflectie toets.

Aan de hand van casuïstiek worden lage rugklachten besproken. In groepsverband wordt de casus besproken en diagnostisch ontrafeld. In het tweede gedeelte wordt de lage rug onderzocht en er wordt een behandelplan opgesteld. Er is ruimte om de onderzoeks- en behandelvaardigheden te oefenen.

Voorafgaand aan de bijeenkomst beantwoordt de sportzorgmasseur 20 stellingen (voorbereidingsopdracht voor de bijeenkomst). Deze stellingen worden aan het eind van de bijeenkomst besproken.

Voorbeeld van een stelling:

Juist / onjuist

Bij een verminderde core-stability van de lage rug is de meest logische behandeling het tapen van de lage rug.

Na het intercollegiaal overleg sportzorgmasseur maken de sportzorgmasseurs de zelfreflectietoets.
In de zelfreflectietoets reflecteer je op hetgeen dat je in de bijeenkomst hebt geleerd. De toets wordt niet beoordeeld, het maken van de toets is verplicht voor accreditatie.

Na afronding van de zelfreflectietoets wordt door MSP Opleidingen de gegevens voor het verkrijgen van de accreditatiepunten doorgegeven aan de SCAS en/of de door het SCAS aangegeven instanties.

Meer informatie en aanmelden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *