Opleiding Sportzorgmasseur

Sportzorgmasseur volwaardige samenwerkingspartner in de sportzorgketen

Inleiding

Binnenkort doen de eerste vijftien cursisten het examen van de nieuwe opleiding Sportzorgmasseur van MSP Opleidingen. Sportzorgmasseurs moeten het gat gaan opvullen dat nu bestaat tussen de sportmasseur en de fysiotherapeut. “Gediplomeerde sportzorgmasseurs kunnen beter samenwerken met fysiotherapeuten en sportartsen in de sportzorgketen’’, zegt Ed van Bruggen. Hij is zelf fysiotherapeut en manueel therapeut en al jaren docent bij MSP Opleidingen. Samen met zijn collega-docent Tim Laagland, ook fysiotherapeut en bewegingswetenschapper, heeft hij de opleiding tot sportzorgmasseur ontwikkeld. “Veel fysiotherapeuten zeggen dat sportmasseurs te weinig kennis van zaken hebben om mee samen te werken. Er is een werkgroep geformeerd die heeft onderzocht wat een sportmasseur dan zou moeten kennen en kunnen om wél een volwaardige samenwerkingspartner binnen de sportketenzorg te zijn. Daaruit is het competentieprofiel ontwikkeld, waarmee wij aan de slag zijn gegaan’’, zegt Laagland. De opleiding sluit aan op het competentieprofiel Sportzorgmasseur van het Nederlands Genootschap voor Sportmassage.

Sportmasseurs die zich verder wilden verdiepen in hun vak, waren voorheen aangewezen op de cursus blessurepreventie. Om zich vervolgens blijvend in te kunnen schrijven in het SCAS-register, moeten ze daarna ook nog de module ketenzorg doen. Met de complete opleiding tot sportzorgmasseur hoeft dat niet meer. De opleiding Sportzorgmasseur van MSP Opleidingen is erkend door het SCAS en met het diploma kan de sportzorgmasseur zich meteen inschrijven bij het SCAS, zonder later nog de module ketenzorg te hoeven doen.

Opleiding Sportzorgmasseur

De opleiding Sportzorgmasseur van MSP Opleidingen gaat echter verder dan alleen een combinatie van blessurepreventie en ketenzorg. Van Bruggen: “De cursus blessurepreventie was verouderd. Het was een verzameling van testen en trucjes waarmee een sportmasseur kon proberen vast te stellen wat er aan de hand was. Bij de opleiding sportzorgmasseur is klinisch redeneren het uitgangspunt. Een vraaggesprek met de cliënt vormt de basis om een idee te vormen waar iemand last van heeft, om daarna gericht aan de slag te kunnen gaan.’’

Deze manier van denken komt veel meer overeen met hoe (sport)fysiotherapeuten en –artsen werken. “De denkmethode die we onze cursisten aanleren is dezelfde als die fysiotherapeuten gebruiken. Daardoor kan de sportzorgmasseur veel beter communiceren met een fysiotherapeut. Ze spreken dezelfde taal’’, zegt Van Bruggen.

Tijdens de opleiding, die bestaat uit acht lesdagen of zestien lesavonden, staat de praktijk altijd centraal. In het eerste deel komen losse lichaamsdelen, veelvoorkomende blessures en behandelmethoden aan bod. Er is aandacht voor bijvoorbeeld verschillende vormen van tapen en rekken, functioneel onderzoek van gewrichten, het mobiliseren van gewrichten, het trainen van kracht en stabiliteit, de invloed van belasting op blessures en herstel en het normaal verloop van weefselherstel. Laagland: “In de laatste drie lessen integreren we alle geleerde kennis en vaardigheden. Zo leren de cursisten hoe ze casussen in de praktijk kunnen aanpakken.’’

Laagland en Van Bruggen hebben voor de opleiding een online leeromgeving opgezet. Hier zijn allerlei filmpjes, achtergrondartikelen en opdrachten te vinden, waarmee de cursisten de lessen kunnen voorbereiden en kunnen studeren voor het examen.

tim artikel sportzorg

Naast praktische kennis en vaardigheden is er in de cursus veel aandacht voor de sportzorgketen, de samenwerking met andere partners daarin en de rol van de sportzorgmasseur. “Het kennen van je eigen grenzen is hartstikke belangrijk’’, zegt Van Bruggen. Zo mag een sportzorgmasseur ook na het met succes voltooien van de opleiding geen diagnose stellen. Dat moet hij of zij aan een arts of fysiotherapeut over laten. Laagland: “Als sportzorgmasseur moet je het onderscheid kunnen maken tussen een echte blessure en iemand die alleen een ‘tikkie’ heeft gehad. Met deze opleiding kun je veel beter inschatten of je iemand zelf kunt behandelen of dat er sprake is van een echte blessure die moet worden vastgesteld en behandeld door een arts of fysiotherapeut. Je leert ook naar wie je een geblesseerde sporter dan het best door kunt sturen.’’

Sportarts Hans Smid:
‘Opleiding maakt duidelijk wat beroep sportzorgmasseur inhoudt’

Wat sportmasseurs kunnen en kennen is onvoldoende zichtbaar, stelt sportarts Hans Smid. De opleiding sportzorgmasseur kan daar verandering in brengen. “De opleiding kan er voor zorgen dat sportzorgmasseurs een duidelijke vaste plaats krijgen in de sportketenzorg.’’

Daar is een duidelijk competentieprofiel voor nodig, zegt hij. “Het moet zichtbaar worden wat het beroep precies inhoudt. Mensen die naar een geregistreerde sportzorgmasseur gaan, moeten een bepaalde kwaliteit aan kennis en kunde kunnen verwachten. Als klant moet je weten dat je in goede handen bent als je naar een sportzorgmasseur gaat, of hij je nu zelf behandelt of doorstuurt naar een fysiotherapeut of sportarts waar hij mee samenwerkt.’’

Als sportarts vindt hij het een goede zaak als sportzorgmasseurs in de toekomst meer gaan samenwerken met fysiotherapeuten en artsen. “Je merkt dat ze elkaar momenteel inhoudelijk nog niet goed vinden. Ze spreken een andere taal. Deze opleiding is een eerste stap om daar verandering in te brengen.’’

Voordelen samenwerking

Het voordeel van een samenwerkingsverband tussen sportarts, fysiotherapeut en sportzorgmasseur is dat als iemand met succes door de eerste twee aan zijn blessure is behandeld, hij voor het laatste stukje van de revalidatie weer terug kan naar de sportzorgmasseur. Van Bruggen heeft hier goede ervaringen mee in zijn eigen fysiotherapiepraktijk in Rotterdam. “Ik heb drie masseurs in dienst. Zij nemen mij en de andere fysiotherapeuten veel werk uit handen.’’ Hij heeft de drie masseurs zelf opgeleid tot sportzorgmasseur. “Dat moest, omdat er nog geen opleiding bestond’’, vertelt hij.

Inmiddels zijn de masseurs niet meer weg te denken uit de praktijk van Van Bruggen. Toch merkt hij bij collega-fysiotherapeuten veel aarzeling om met masseurs samen te werken. “Masseurs en fysiotherapeuten zijn niet altijd even goede vrienden. Er is sprake van enig wantrouwen onderling’’, zegt hij.

Hij ziet het als zijn taak en die van de eerste lichting afgestudeerde sportzorgmasseurs om duidelijk te maken waar de plus zit in de samenwerking. “Er zijn veel voordelen. Sport(zorg)masseurs kunnen de ogen zijn van de fysiotherapeut. Zij staan op het veld met sporters, zijn vaker bij trainingen en krijgen mensen in hun praktijk voordat er echt iets aan de hand is. Ze doen aan preventie, maar kunnen ook snel zien of er iets mis is en de sporter dan doorverwijzen naar een fysiotherapeut.’’

Laagland: “De fysiotherapeut kan dan snel aan de slag, omdat de sportzorgmasseur al heel veel informatie heeft over de patiënt en precies kan vertellen wat er is gebeurd. Ook kan de fysiotherapeut patiënten die in principe klaar zijn met hun revalidatie, weer terugverwijzen naar de sportzorgmasseur om onder begeleiding verder te werken aan het herstel. De sportzorgmasseur kan de spil worden tussen sporter, trainer, ouders, fysiotherapeuten en artsen.’’

Cursist Marita Verkerk: ‘
Sportzorgmasseur maakt keten compleet’

Marita Verkerk was al een tijdje op zoek naar een geschikte opleiding om haar kennis en kunde uit te breiden. Marita is sportmasseur en werkt daarnaast als instructeur bij een sportschool. Daar heeft ze ook haar massagepraktijk, waar ze regelmatig klanten van de sportschool behandelt.

“Ik wilde meer weten over het ontstaan en voorkomen van blessures, wat ik zelf kan behandelen en wanneer ik iemand door moet sturen naar de fysio.’’ Marita werkte bij de sportschool al samen met een aantal fysiotherapeuten. “Zij merken dat mijn kennis verbeterd is sinds ik begonnen ben met de opleiding tot sportzorgmasseur’’, zegt ze.

marita-verkerk-artikel-spor

Zelf merkt ze ook dat ze veel meer weet en kan. “Ik ben altijd erg voorzichtig en verwijs mensen vrij snel door naar een fysio. Nu kan ik beter beargumenteren, voor mezelf en naar de klant toe, waarom ik iemand wel of niet doorverwijs. Laatst kwam er een vrouw naar me toe die al negen maanden last heeft van haar knie en schouder tijdens het sporten. Alles wat pijn deed, schrapte ze uit haar sportprogramma, tot er weinig meer over bleef. Ik heb met haar naar haar klachten gekeken en mijn vermoeden uitgesproken. Ik denk dat de klachten te verhelpen zijn met hulp van een fysio. Omdat ik dat goed kon uitleggen, heeft ze een afspraak gemaakt bij de fysiotherapeut. Met hem bespreek ik binnenkort of mijn vermoeden juist was en heb ik afgesproken dat de vrouw na vier weken weer bij mij terug komt, zodat ik haar weer verder kan begeleiden tijdens het opbouwen van het sporten.’’

Zo’n samenwerking is volgens Marita ideaal. “Vooral voor de klant. Nu krijgt iemand vaak van de arts of fysiotherapeut te horen dat hij of zij weer mag gaan sporten. Maar hoeveel dan? En hoe moet dat worden opgebouwd?’’ Marita kan met haar opleiding tot sportzorgmasseur en haar expertise als sportinstructeur deze mensen goed kan begeleiden. “Een sportzorgmasseur kan de sportketenzorg compleet maken.’’


Cursist Sandra van Breugel:

‘Winst behalen op gebied van blessurepreventie’

Sandra van Breugel volgde de opleiding tot sportmasseur in 2006. Ze heeft een praktijk aan huis en twee sportende kinderen en wilde meer verdieping om haar vak nog beter te kunnen uitvoeren. “Ik merk dat veel mensen bij me komen met pijnklachten aan hun bewegingsapparaat. Als masseur kun je die klachten niet altijd zelf oplossen. Tijdens de opleiding sportzorgmasseur heb ik beter geleerd in welke richting ik iemand door moet verwijzen.’’

Sandra ziet het als haar voornaamste taak om iemand met een pijnklacht op de goede plek te krijgen. Soms is ze dat zelf als sportzorgmasseur. Soms is iemand beter af bij een fysiotherapeut of arts. “Je moet goed je grenzen kennen en in deze opleiding leer je dat.’’

sandra-van-breugel-artikel-

Ze merkt dat ze anders naar bepaalde zaken kijkt. Niet alleen in haar praktijk, ook als ze op de tennisclub loopt waar haar zoon speelt. “Mijn zoontje en een aantal van zijn teamgenootjes hebben veel last van hun knieën. Ik dacht voorheen: dat zal de groei wel zijn. Nu kijk ik meer naar hoe ze hun voeten neerzetten en hoe er wordt getraind door kinderen in de groei. Ik heb meer kennis en zie veel meer.’’

Ze vindt dat een goede sportzorgmasseur veel kan betekenen voor een sportclub. “Er is veel winst te halen op het gebied van blessurepreventie. Een sportzorgmasseur kan clubtrainers hier zeker in bijstaan. Een trainer weet veel van speltechnische zaken, maar een sportzorgmasseur of –begeleider kan beter inschatten wat een sporter nodig heeft aan bijvoorbeeld uithoudingsvermogen, wendbaarheid en stabiliteit.’’

Artikel overgenomen met toestemming van Masseurs Netwerk Nederland 

mnn logo groot